Werkvormen / leeractiviteiten

De pedagogische situatie

Dit is hét kernbegrip uit de Jenaplantheorie. Een pedagogische situatie is elke situatie in de school die de volwassene op een dusdanige wijze heeft voorgestructureerd dat ze alle betrokkenen als het ware tot meedoen en meedenken uitdaagt.
In de Jenaplanschool worden pedagogische situaties ingericht waarin het kind met een bepaalde bedoeling de werkelijkheid ontmoet. Zodoende leert het kind omgaan met die werkelijkheid.

Drie werkelijkheidsgebieden

De indeling van het leerplan in zelfstandige vakken wordt door Petersen afgewezen als kunstmatig en strijdig met het natuurlijke leren. De leerling wordt daarentegen geprikkeld tot zelfontwikkeling door bezig te zijn met de drie grote werkelijkheden: God, de natuur en de mensheid. Deze drie werkelijkheidsgebieden overlappen elkaar en zijn niet altijd even duidelijk van elkaar te scheiden. Wereldoriëntatie brengt het kind in aanraking met deze werkelijkheidsgebieden.

Wereldoriëntatie: Het aangaan van relaties met de wereld

Voor de manier waarop het leren in de Jenaplanschool moet plaatsvinden is pedagogische situatie het kernbegrip. Voor wat betreft de inhoud is wereldoriëntatie het basisbegrip. Wereldoriëntatie is het allesomvattende onderwijsgebeuren. Het is de voortzetting en uitbreiding van een proces dat al begonnen was: Het aangaan van relaties met de wereld.
Het gaat erom dat het kind precies die vaardigheden leert die het nodig heeft om zich in de wereld te kunnen redden. Het doel is levensecht onderwijs, waardoor elk kind een deel van de wereld leert kennen.
Het kind leert over de drie kennisgebieden en daarnaast leert het kind leven met zichzelf en de anderen (bijv. samenwerken, kritisch denken, normbesef en respect hebben, jezelf zijn, initiatieven nemen, enz.).
Enkele kernbegrippen die bij wereldoriëntatie horen zijn:
  • Verwondering en nieuwsgierigheid
  • Ontdekken en onderzoeken
  • Omgaan met ruimte
  • Omgaan met tijd
  • Het gebruik van de schoolomgeving
Een voorbeeld van een wereldoriëntatie-activiteit rond
tijdsaanduidingen is in het praktijkdeel te vinden.

Ritmisch weekplan

In tegenstelling tot een traditioneel lesrooster wordt een weekplan niet gekenmerkt door het aangeven van vakken maar door het aangeven van accenten in werkvormen. Inplaats van vakken en uren zijn er perioden waarin plaats is voor pedagogische situaties. Kenmerkend voor deze opstelling is het ritmisch afwisselen de grondvormen gesprek, spel, werk en viering en de flexibiliteit: Wát er precies gebeurt ligt niet vast. Ontspanning, inspanning, individueel en groepswerk, spel en gesprek moeten elkaar zoveel mogelijk afwisselen. In het ritmisch weekplan wordt uitgegaan van de behoeften en mogelijkheden van de kinderen. In het praktijkdeel vind je een voorbeeld van zo’n weekplan.

Vier grondvormen van Interactie

Ook in de wijze van lesgeven sluit het Jenaplanonderwijs aan bij de samenleving. Er worden vier grondvormen van interactie onderscheiden, namelijk: gesprek, spel, werk en viering. Het pedagogisch plan van de Jenaplanschool is gebaseerd op het afwisselend bezig zijn van de leerlingen in deze vier situaties.

Werken in projecten

Bij het werken in projecten gaat men meestal uit van onderwerpen die de kinderen aanspreken en die dichtbij hun eigen leef- en belevingswereld liggen. Het hoeven niet perse grote projecten te zijn die weken of maanden duren. Een project kan bijvoorbeeld ook uit losse lessen bestaan. Bij het werken in projecten horen zaken als: Onderzoek doen, ontdekdozen, interviews in de buurt, enz. Het doel van projectonderwijs is om kinderen dingen te laten ervaren en niet alleen maar te laten leren uit een boek.

Cursussen

In het leerplan wordt onderscheid gemaakt tussen wereldoriëntatie en cursussen. Aangezien men streeft naar samenhangend onderwijs met wereldoriëntatie als het hart daarvan, wordt datgene wat men tijdens de cursussen leert ook zo snel mogelijk in de wereldoriëntatie toegepast.
Het doel van de cursussen is om de leerlingen te voorzien van instrumenten die hen kunnen helpen bij de oriëntatie in en op de wereld. Voorbeelden hiervan zijn: Lezen, schrijven, getallen begrijpen en er bewerkingen mee kunnen uitvoeren, gedachten onder woorden brengen, geschiedenis, kaart lezen, enz. Petersen noemde deze vaardigheden “het gereedschap om de akker (wereldoriëntatie) te kunnen bewerken”.

Blokuren

In de Nederlandse Jenaplanscholen wordt meestal gebruik gemaakt van blokuren. In die perioden van twee klok- of lesuren achter elkaar werken de kinderen aan werkzaamheden op het gebied van rekenen, taal, natuur- en cultuuroriëntatie, ze bereiden dagopeningen en -sluitingen of leeskringen voor, enzovoort.
Het doel van deze blokuren is dat kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen voor het uitvoeren van werk dat hen is opgedragen en dat ze zelf hebben gekozen. Vaak wordt dit werk op ‘contractbasis’ uitgevoerd. Dit houdt in dat een kind voorstelt wat het denkt te kunnen doen en de verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat het werk ook binnen die tijd afkomt. Een uitwerking van een
blokuur is te vinden in het praktijkdeel.