Cursussen
In het leerplan wordt onderscheid gemaakt tussen wereldoriëntatie en cursussen. Aangezien men streeft naar samenhangend onderwijs met wereldoriëntatie als het hart daarvan, wordt datgene wat men tijdens de cursussen leert ook zo snel mogelijk in de wereldoriëntatie toegepast.
Het doel van de cursussen is om de leerlingen te voorzien van instrumenten die hen kunnen helpen bij de oriëntatie in en op de wereld. Voorbeelden hiervan zijn: Lezen, schrijven, getallen begrijpen en er bewerkingen mee kunnen uitvoeren, gedachten onder woorden brengen, geschiedenis, kaart lezen, enz. Petersen noemde deze vaardigheden “het gereedschap om de akker (wereldoriëntatie) te kunnen bewerken”.
Blokuren
In de Nederlandse Jenaplanscholen wordt meestal gebruik gemaakt van blokuren. In die perioden van twee klok- of lesuren achter elkaar werken de kinderen aan werkzaamheden op het gebied van rekenen, taal, natuur- en cultuuroriëntatie, ze bereiden dagopeningen en -sluitingen of leeskringen voor, enzovoort.
Het doel van deze blokuren is dat kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen voor het uitvoeren van werk dat hen is opgedragen en dat ze zelf hebben gekozen. Vaak wordt dit werk op ‘contractbasis’ uitgevoerd. Dit houdt in dat een kind voorstelt wat het denkt te kunnen doen en de verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat het werk ook binnen die tijd afkomt.
Een uitwerking van een blokuur is te vinden in het praktijkdeel.