Organisatie van het Jenaplanonderwijs

Contact met ouders

Petersen kent een grote plaats toe aan de ouders als medeverantwoordelijken voor het hele schoolgebeuren. Een Jenaplanschool dient om de gezinsopvoeding aan te vullen en verder te brengen. De leerkrachten doen hun werk als dienst aan het gezin. Een goede Jenaplanschool steunt volgens Petersen op wat ouders met hun kinderen willen. Dit vraagt om een nauwe samenwerking tussen ouders en leerkrachten, zij bepalen in onderlinge samenwerking het schoolbeleid. Ouders houden bijvoorbeeld voordrachten over hun eigen werk en helpen bij het inrichten van de stamgroepkamers.

Assessment

Elk kind wordt beoordeeld op grond van zijn / haar eigen prestaties, en niet op grond van de prestaties in vergelijking tot andere leerlingen. Het werk van de kinderen wordt zoveel mogelijk in dialoog geëvalueerd; de stamgroepleider en het kind bespreken dan de sterke en zwakke kanten van het leerproces en de daaruit voortkomende produkten.
Regelmatig worden de ouders via een schriftelijk verslag op de hoogte gebracht van de ontwikkeling die het kind op de verschillende gebieden doormaakt. Meestal wordt dit verslag mondeling toegelicht.

Groeperingsvormen

In de Nederlandse Jenaplanscholen vindt men vaak de volgende verdeling in drie stamgroepen:
  • Onderbouw: 4-6 jarigen
  • Middenbouw: 6-9 jarigen
  • Bovenbouw: 9-12 jarigen
Om organisatorische redenen (bijvoorbeeld bij heel kleine scholen) kan deze indeling afwijken.

De Stamgroep

Dit is de sociale grondstructuur van de pedagogische situatie. Ze bestaat uit een klas met kinderen van drie opeenvolgende schooljaren, heterogeen samengesteld naar leeftijd, geslacht, niveau en sociale herkomst. Er wordt hier gebroken met het systeem van de relatief homogene jaarklas die in het traditionele basisonderwijs vooral wordt toegepast.
De stamgroep is de centrale groep waarin het kind leeft, werkt, speelt en leert. Ze beschikken over een eigen lokaal dat is ingericht als een woonvertrek. De stamgroep in verantwoordelijk voor de ontwikkeling van al zijn leden. In het stamgroeplokaal mag alleen dat gebeuren wat iedereen wil en wat het samenleven en het leerproces van iedereen ten goede komt. Elke stamgroep heeft een eigen groepsleider, die net als de leerlingen onderworpen is aan de groepswet.
Doordat een kind drie jaar in een stamgroep zit en dezelfde groepsleider heeft, kan er een meer continue ontwikkeling plaatsvinden. Er is niet elk jaar de drempel van wel of niet overgaan. Een kind kan zich in het eerste jaar traag ontwikkelen, terwijl het in het tweede jaar juist veel sneller gaat.
Ook kan een kind aan anderen in de groep z’n eigen groei waarnemen. Een kind ervaart een keer hoe het is om de jongste, de middelste of de oudste te zijn (vgl.
Montessori). Aan het einde van het jaar gaat namelijk steeds een derde deel van een stamgroep naar de volgende stamgroep en komt er weer een derde deel nieuw bij. Doordat er in een groep jongeren en ouderen zijn is er meer gelegenheid voor natuurlijk sociaal leren. Jongeren leren als vanzelf van ouderen, terwijl ouderen leren van de verantwoordelijkheid die ze voor de jongeren hebben.

Tafelgroep

De stamgroep hergroepeert zich voor het merendeel van de tijd tot kleine tafelgroepen, waar individueel of in kleine groepjes wordt gewerkt aan zelfgekozen thema’s, onder begeleiding van de leerkracht. De tafelgroepen wisselen van samenstelling.

Niveaugroep

Niveaugroepen worden samengesteld op basis van de vorderingen die de kinderen in een bepaald leerstofgebied maken, zoals bijvoorbeeld rekenen en spelling. Leerlingen die een gelijk niveau van beheersing hebben van de betreffende stof. Hierbij kan ook het stamgroepenverband doorbroken worden. Het accent ligt hier op de instructie.

Keuzegroep

Deze groepering ontstaat als kinderen op basis van hun interesse mogelijkheid wordt geboden om gedurende een bepaalde periode aan een activiteit van hun keuze mee te doen. Voorbeelden hiervan zijn een keuzecursus volksdansen, koken, of fietsen repareren. Ook kan worden gekozen voor een bepaald leerstofgebied als archeologie, sterrenkunde of informatica. Vaak worden bij de organisatie van dit soort keuzegroepen ouders betrokken.